Mijn levensverhaal

Het eerste levensverhaal wat ik schrijf is mijn eigen persoonlijke levensverhaal. Mijn manier om me aan u voor te stellen…

Ik ben Jacinta Hobbelink en 44 jaar geleden stond mijn wiegje in het práchtige, bosrijke Nunspeet, op de Veluwe. Daar ben ik opgegroeid bij mijn ouders en oudere zus en ik herinner me mijn kindertijd als fijn, warm en gezellig. Nog voor ik geboren ben is mijn broer Herald overleden, toen hij bijna 5 jaar oud was. Ik heb hem door verhalen leren kennen, maar heb hem helaas nooit persoonlijk gekend. Ik heb hem wél altijd gemist, mijn grote broer.

Toen ik een jaar of 8 was, verhuisden we naar Vierhouten, waar we in een bungalow met de naam “Andromeda” woonden, vlak voor de ingang van camping Mosterdveen. Een plek met veel ruimte en mooie natuur om de deur. Onze tuin grensde aan een groot natuurgebied met lavendelheide, wat gelijk de naam van het huis verklaart. Ons gezin was uitgebreid met allerlei dieren. Honden, vissen, parkietjes, fretten en zo nu en dan een zielig, gewond haasje of eekhoorntje wat bij ons werd binnengebracht, want mijn vader werd door de campinggasten gezien als de boswachter. In de zomer waren er vele vriendjes en vriendinnetjes vanuit alle hoeken van Nederland, die op de camping stonden en in de winter was het vooral koud, leeg en saai. Ik ging naar een klein dorpsschooltje, waar we met 3 klassen een lokaal én leraar deelden. Leuke tijd! 

In Harderwijk ging ik naar de MAVO en met de meeste klasgenootjes uit Nunspeet hadden we op zaterdagavond dansles in het dorpshuis, met aansluitend steevast een drankje in “De Stoof”. De tijd waarin ik voor het eerst vlinders in mijn buik kreeg, mijn eerste verliefdheid was een feit. Muziek heeft altijd een grote rol in mijn leven gespeeld. Als klein meisje wilde ik heel graag doedelzak leren spelen, maar helaas hadden ze dat niet op de muziekschool. Toen werd het na wat jaren blokfluitles, hobo. Eigenlijk wilde ik dwarsfluit spelen, maar als tweede keuze had ik hobo opgegeven en dat gebeurde natuurlijk niet zo vaak… Ja, ik vermoed nog steeds dat het doorgestoken kaart was, maar ik werd dus “ingeloot” voor hobo. Zo kwam ik bij de Harmonie Nunspeet terecht, waar ik vanuit het jeugdorkest naar het grote orkest ging en nog een paar jaar ben gebleven. Echt veel plezier heb ik hier heel eerlijk gezegd nooit aan beleefd, want mijn hart lag eigenlijk meer bij zingen dan bij hobo spelen. Als ik zoals nu terugkijk op mijn jeugd, overheerst het gevoel van zorgeloos en vrij.

Daar kwam verandering in toen ons “Andromeda” afbrandde in een koude novembernacht in 1992. Gelukkig konden we allemaal op tijd het huis verlaten, maar het was zeker een traumatische ervaring. Het verlies van een huis, van je thuis en veiligheid, het had een enorme impact op ons gezin. We woonden daarna nog 2 jaar in een unit, een soort veredelde stacaravan, naast de plek waar het huis stond en van daaruit zijn we naar bijzonder mooie plek in Elspeet verhuisd. Mijn ouders wonen hier nog steeds. Vanuit die nieuwe thuisbasis rondde ik de MAVO af en ging ik naar een vervolgopleiding. Ik koos voor Sociaal Pedagogisch Werk. Mijn zus werkte toen al in de zorg voor mensen met een verstandelijke beperking en ik wilde heel graag hetzelfde gaan doen. De echtheid van deze mensen en het pure in hen, is zó mooi, daar heb ik ontzettend veel van geleerd. Dus zo gezegd werd zo gedaan en dit werk heb ik uiteindelijk zo’n 18 jaar mogen doen in verschillende functies bij diverse instellingen. In ál die jaren heb ik mijn rijbewijs gehaald, kreeg ik mijn eerste auto, ben ik op mezelf gaan wonen in Nunspeet, ben ik een paar keer verliefd geworden, heb ik intens liefdesverdriet gekend, kwam mijn hondje Joany in mijn leven en ben ik na anderhalf jaar verkering te hebben gehad in 2004 getrouwd met Anne. Tja en zo “emigreerde” ik naar het noorden van Nederland, want zo voelde het in het begin best een beetje. Maar nu is het absoluut mijn thuis! Geen bossen, maar wél prachtige landschappen en vlaktes. Zo biedt de natuur altijd en overal wel iets moois!

Mijn man Anne en ik zijn neergestreken in het lintdorpje Zuidwending bij Veendam, waar we een schattig huisje hebben met een bostuin “Klein Veluwe” en een prachtige kantoorruimte. Ik kan oprecht zeggen dat ik hier op mijn plek ben. Ons hondje Nora is een heerlijke mop, altijd blij en soms lekker lui. Laat ik zeggen dat ze goed bij ons past!

Het werken in de zorg verruilde ik voor de uitvaartbranche. Een diepgewortelde wens die al jong aangewakkerd is. Ik ben ervan overtuigd dat het overlijden van Herald hieraan ten grondslag ligt, want ik heb altijd vragen gehad over zijn overlijden, de dood in het algemeen, over uitvaarten en alles wat daarmee samenhangt. Voor mijn moeder was het soms een hele uitdaging om mij alles zo goed mogelijk uit te leggen en daarom besloot ze om mij als 4-jarig meiske mee te nemen naar een begrafenis. “Dan moet je even heel stil zijn… en mag je daarna álles vragen.” was haar boodschap. Uiteindelijk heb ik mijn hart gevolgd en ben ik 3 jaar uitvaartverzorger bij DELA Groningen geweest. Wat een leerzame, intensieve en mooie vlucht was dat! Toch vloog ik uit en verliet het warme DELA-nest. Een stap waar ik geen moment spijt van heb gehad. Het heeft me de kans, tijd en ruimte gegeven om te spreken op uitvaarten. Dat is wat ik het liefste doe en waar ik blij van word. Dat is best dubbel hè …  ik heb een práchtig vak, terwijl de mensen die ik ontmoet vaak een moeilijke periode doormaken. Naasten begeleiden en ondersteunen in een tijd van verlies, rouw en verdriet past bij me. Oprechte bewogenheid drijft me en ik doe dit met hart en ziel. Elk mens is uniek, elk overlijden ook en daarom is ook elk verhaal speciaal en elk afscheid is bijzonder. Als álles samenkomt in het afscheid en het precies is, zoals zijn of haar leven was of zoals het bij de nabestaanden past, dan is het echt en herkenbaar en doet het recht aan de persoon, aan wat hij of zij voor z’n geliefden heeft betekend. Dat is exact wat ik versta onder een sprekend afscheid.